Monopolies en België

Het eerste beeld die men verkrijgt bij het horen van de term monopolie is natuurlijk het wereldbekende spel met als cover de man met het zakelijk kostuum maar het doel van het spel is natuurlijk gebaseerd op een echte marktvorm die in onze huidige maatschappij nog steeds voorkomt.      De term monopolie geeft in de economie aan dat een bedrijf of organisatie met hun product of dienst de enige aanbieder zijn voor een land, continent of zelfs de wereld. Er zijn geen concurrenten aanwezig op de markt die een competitie kunnen zorgen wat vervolgens ervoor zorgt dat de prijs van deze product of dienst dus door één enkele aanbieder bepaald word en hier dus heel wat winst op maakt. Deze principes die behoren tot een monopolie is er de algemene gedachte dat deze slecht zijn voor een markt en voor de economie in het algemeen.

Het ontstaan van een monopolie kan op verschillende manieren gebeuren, vaak word een monopolie ingezet door de overheid om een bepaalde markt te betreden waar kwaliteit, onafhankelijkheid, het garanderen van bepaalde diensten belangrijk is. Een voorbeeld van een overheidsmonopolie in België is momenteel nog de NMBS, deze is ontstaan in 1926 met de bedoeling hun eigen vermogen en financiering te verwerven met de controle van de Belgische staat die er aandelen aan overhield. De organisatie heeft voor het reizigersvervoer in het volledige land nog steeds de zuivere monopolie wat dus verschilt op het internationaal vervoer die al een tijdje geliberaliseerd is. Deze monopolie op het binnenlands vervoer zal wel spoedig veranderen, vanaf december geeft de Belgische overheid ook privé bedrijven de kans om nationaal vervoer te organiseren voor reizigers over het hele land.

In het verleden hebben we in België nog heel wat monopolies gehad, deze voor de meeste basisvoorzieningen zoals water en elektriciteit. Naarmate jaren voorbij gingen en de prijs voor elektriciteit en water toch wat duurder leek dan verwacht werd deze markt opengesteld en is er nu een eerlijke concurrentie die heel wat keuze laat naar prijs, diensten en kwaliteit toe.

Een andere soort monopolie die we nog steeds zien overal ter wereld en zeker ook in België is de feitelijke monopolie. Deze heeft veel een technologische oorzaak, zo zien we dat bij nieuwe producten die momenteel nog niet kunnen gemaakt worden door andere organisaties. De enige fabrikant of leverancier van het product krijgt zo de markt in handen en creëert een monopolie. Een voorbeeld hiervoor in België is Banksys, zij zijn de koepelorganisatie voor biljet automaten en betaalkaarten in België. Door deze monopolie betalen handelaars veel meer voor een betaalterminal dan in landen waar er concurrentie bestaat maar het maakt het betaalverkeer voor zowel handelaars als consumenten gemakkelijker omdat het overal hetzelfde is en dus je het comfort geeft van overal geld af te kunnen halen.

Een derde monopolie die we momenteel ondervinden is de natuurlijke monopolie, dit is de monopolie waarbij de grote aanbieder hun product of dienst veel goedkoper kan leveren dan vele kleinere concurrenten. We zien ook dat de meeste van markten die monopolies ondervinden heel wat investeringen vragen in zowel diensten als infrastructuur om nog maar klanten te kunnen aanwerven. Een voorbeeld hiervan is het elektriciteitsnet, de transmissie en distributie netten zijn verspreid over het hele land en beheerd door één organisatie. Het nog maar proberen toe te treden van deze markt zou heel wat investering vragen voor het creëren van nieuwe transformatiestations en een nieuw net. Dit is praktisch onmogelijk zonder de hulp van de overheid. In België zien de eigendom van distributie en productie van elektriciteit gescheiden word gehouden en dat het streng gereguleerd word om alles vrij te houden van exploitatie.

Deze regels zijn dan ook opgesteld vanuit Europees vlak, het zorgt ervoor dat concurrentie op kwaliteit, prijs, diensten en innovatie fair verloopt. Zo kunnen grote bedrijven hun positie en macht op markt niet gebruiken om op een oneerlijke manier te ondernemen. Een voorbeeld hiervan is het afspreken van prijzen, in markten waar weinig producenten zijn word er soms onderling afgesproken om niet lager te gaan dan een specifieke prijs. Maar ook overheden kunnen zich soms oneerlijk opstellen en dus een bepaald bedrijf een markt voordeel geven aan de hand van subsidies. Dit word natuurlijk overzien door de Europese Unie en zal streng bestraft worden. Subsidies, Btw-voordeel en andere mogen enkel gegeven worden aan organisaties die aan bepaalde maatregelen voldoen en moeten streng gecontroleerd worden.

 

Deze regulering bouwt voor de eindgebruiker meer vertrouwen op, een echte en eerlijke competitie zorgt ervoor dat ze telkens de beste producten en diensten hebben voor de laagste prijs.

Geef een antwoord